ECLI:NL:RBDHA:2023:4672
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Toewijzing proceskostenvergoeding wegens niet tijdig beslissen op bezwaar visum kort verblijf
Verzoeker diende op 17 februari 2023 beroep in tegen het niet tijdig beslissen op zijn bezwaar tegen de afwijzing van zijn visumaanvraag voor kort verblijf van 9 september 2022. De staatssecretaris besloot alsnog op het bezwaar bij besluit van 2 maart 2023, waarbij het bezwaar niet-ontvankelijk werd verklaard vanwege het vervallen van het procesbelang door een andere machtiging tot voorlopig verblijf.
Verzoeker trok daarop het beroep in en verzocht om vergoeding van de proceskosten. De rechtbank oordeelde dat de beslistermijn op het bezwaar op 12 januari 2023 was verstreken, zodat het beroep terecht was ingesteld. Omdat de staatssecretaris alsnog op het bezwaar heeft beslist tijdens het beroep, is hiermee aan het beroep tegemoetgekomen.
De rechtbank wees het verzoek tot proceskostenvergoeding toe en stelde de kosten vast op €418,50, gebaseerd op de toepasselijke puntentelling en een lichte wegingsfactor. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt op 29 maart 2023 door rechter B.F.Th. de Roos.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de staatssecretaris tot betaling van €418,50 aan proceskosten wegens niet tijdig beslissen op het bezwaar.