ECLI:NL:RBDHA:2023:4689
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in Dublin-procedure asielaanvraag
Verzoeker, van Tunesische nationaliteit, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid weigerde deze aanvraag in behandeling te nemen omdat Frankrijk verantwoordelijk is voor de behandeling op grond van de Dublin-verordening. Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en vroeg tevens om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter heeft op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht zonder zitting uitspraak gedaan. Omdat de rechtbank op dezelfde dag in een gerelateerde zaak uitspraak heeft gedaan over het beroep, achtte de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk.
Het verzoek om de voorlopige voorziening werd daarom afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gepubliceerd en tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is beslist.