Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[naam] en [naam]
Rechtbank Den Haag
Verzoekster, van Kosovaarse nationaliteit, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Deze aanvraag werd door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op 1 maart 2023 niet-ontvankelijk verklaard. Hiertegen stelde verzoekster beroep in bij de rechtbank.
Verzoekster vroeg tevens om een voorlopige voorziening, welke samen met een gerelateerde zaak op 21 maart 2023 werd behandeld. Tijdens de zitting werden beide partijen vertegenwoordigd door hun gemachtigden.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de voorlopige voorziening niet langer nodig was vanwege de uitspraak in de hoofdzaak (zaaknummer NL23.6816) op dezelfde dag. Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter C. Brouwer en griffier M.C. Drenten-Boon en is in het openbaar bekendgemaakt. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak is beslist.