ECLI:NL:RBDHA:2023:4732

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
30 maart 2023
Publicatiedatum
5 april 2023
Zaaknummer
NL23.8909
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 59 Vreemdelingenwet 2000Art. 96 Vreemdelingenwet 2000Art. 106 Vreemdelingenwet 2000
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep tegen voortduren bewaring en onbevoegdheid tot kennisneming schadevergoeding

Eiser werd op 28 december 2022 in bewaring gesteld op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Op 18 januari 2023 werd deze maatregel opgeheven wegens uitzetting naar Marokko. Eiser stelde beroep in tegen het voortduren van de bewaring en verzocht tevens om schadevergoeding.

De rechtbank overweegt dat het beroep tegen het voortduren van de bewaring niet-ontvankelijk moet worden verklaard omdat de bewaring al ruim twee maanden was opgeheven toen het beroep werd ingesteld, waardoor geen procesbelang meer bestaat. Daarnaast is de rechtbank niet bevoegd om kennis te nemen van het verzoek om schadevergoeding, omdat dit verzoek niet samenhangt met een ontvankelijk beroep tegen de voortduren van de maatregel.

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk en zich onbevoegd om van het schadevergoedingsverzoek kennis te nemen. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd en tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de bewaring wordt niet-ontvankelijk verklaard en de rechtbank is onbevoegd om kennis te nemen van het verzoek om schadevergoeding.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL23.8909

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam], eiser

V-nummer: [nummer]
(gemachtigde: mr. D. Matadien),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Procesverloop

Verweerder heeft op 28 december 2022 aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) opgelegd.
Op 18 januari 2023 heeft verweerder de maatregel van bewaring opgeheven wegens uitzetting van eiser naar Marokko.
Eiser heeft tegen het voortduren van de maatregel van bewaring beroep ingesteld. Daarbij heeft hij verzocht om schadevergoeding.
Verweerder heeft een voortgangsrapportage overgelegd.
Eiser heeft hierop gereageerd.
De rechtbank heeft bepaald dat een onderzoek ter zitting achterwege blijft en het onderzoek op 28 maart 2023 gesloten.

Overwegingen

1. De rechtbank wijst er op dat de vreemdeling ingevolge artikel 96, eerste lid, van de
Vw beroep in kan stellen tegen het voortduren van de vrijheidsontneming. Gelet op het bepaalde in artikel 96, derde lid, van de Vw kan dit beroep leiden tot opheffing van de bewaring of wijziging van de tenuitvoerlegging.
2. Op het moment dat eiser beroep instelde, was de bewaring echter al ruim twee maanden opgeheven. Gelet hierop dient het beroep niet ontvankelijk te worden verklaard, nu daarmee geen rechtens te beschermen belang wordt gediend. Een schadevergoeding op grond van artikel 106, eerste lid, van de Vw is geen met dit beroep rechtens te beschermen belang. Uit de strekking van dat artikel volgt immers dat de bevoegdheid van de vreemdelingenrechter tot toekenning van een schadevergoeding als bedoeld in deze bepaling beperkt is tot de gevallen waarin een verzoek om schadevergoeding wordt ingediend in samenhang met een beroep tegen de voortduring van de maatregel. Nu het beroep tegen het voortduren van de bewaring wegens het ontbreken van procesbelang niet-ontvankelijk is, moet het verzoek van eiser om schadevergoeding als een op zichzelf staand verzoek worden aangemerkt en is de rechtbank niet bevoegd daarvan kennis te nemen.
3. Het beroep is niet-ontvankelijk.
4. De rechtbank acht zich onbevoegd om van het verzoek om schadevergoeding kennis te nemen.
5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart het beroep niet-ontvankelijk;
- verklaart zich onbevoegd om van het verzoek om schadevergoeding kennis te nemen.
Deze uitspraak is gedaan door mr. E.F. Bethlehem, rechter, in aanwezigheid van mr. W. van Loon, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.