ECLI:NL:RBDHA:2023:4746
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte wegens onvoldoende bewijs moord en diefstal
De rechtbank Den Haag behandelde de zaak tegen verdachte die werd verdacht van het opzettelijk doden van het slachtoffer met messteken en diefstal uit diens woning. Het onderzoek vond plaats tijdens zittingen op 31 januari en 27 maart 2023, na een tussenvonnis van 14 februari 2023. De officier van justitie eiste tien jaar gevangenisstraf, terwijl de verdediging vrijspraak vorderde.
Het bewijs tegen verdachte bestond uitsluitend uit getuigenverklaringen, zonder objectief forensisch bewijs zoals DNA of vingerafdrukken. De belangrijkste getuige, de toenmalige vriendin van verdachte, verklaarde dat verdachte met bebloede handen en een mes terugkwam na een incident bij het slachtoffer. Deze verklaring bevatte echter een cruciale tegenstrijdigheid met andere onderzoeksresultaten, namelijk dat het slachtoffer op de dag na het vermeende incident nog in een centrum was gezien.
Andere belastende verklaringen van familieleden waren deels ingetrokken en berustten op vermeende bekentenissen die niet konden worden geverifieerd. Daarnaast waren verklaringen van andere getuigen inconsistent en onvoldoende betrouwbaar. Ook ten aanzien van de diefstal kon niet met zekerheid worden vastgesteld dat verdachte de gestolen goederen in bezit had.
Gezien de tegenstrijdigheden en het ontbreken van ondersteunend bewijs concludeert de rechtbank dat onvoldoende wettig en overtuigend bewijs bestaat om verdachte te veroordelen. Daarom spreekt de rechtbank verdachte vrij van beide ten laste gelegde feiten en wijst de gevangennemingsvordering af.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voor moord en diefstal.