De rechtbank Den Haag behandelde een zaak waarin een voormalig beschermingsbewindvoerder werd aangesproken wegens slecht bewind. Betrokkene had een erfdeel uit een nalatenschap ontvangen dat niet was gereserveerd voor schuldeisers in het minnelijk schuldhulpverleningstraject (MSNP), waardoor het traject dreigde te mislukken.
De opvolgend bewindvoerder moest extra werkzaamheden verrichten om het MSNP alsnog succesvol af te ronden. Deze extra uren werden in rekening gebracht bij de voormalig bewindvoerder, die dit weigerde te betalen. De rechtbank oordeelde dat het handelen van de voormalig bewindvoerder in de relevante periode plaatsvond en dat het niet reserveren van het erfdeel voor schuldeisers verwijtbaar was.
De rechtbank veroordeelde de voormalig bewindvoerder tot betaling van € 380,07 voor de extra gemaakte uren. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en kan door belanghebbenden binnen drie maanden na betekening worden aangevochten.