ECLI:NL:RBDHA:2023:4781

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
30 maart 2023
Publicatiedatum
5 april 2023
Zaaknummer
AWB 22/7861
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:75 AwbArt. 8:75a AwbBesluit proceskosten bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling proceskosten na intrekking beroep wegens nareis asiel

Verzoeker stelde beroep in tegen het niet tijdig beslissen op zijn aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf voor zijn echtgenote en twee kinderen in het kader van nareis asiel. Nadat de staatssecretaris de aanvraag alsnog had ingewilligd, trok verzoeker het beroep in en vroeg de rechtbank om veroordeling in de proceskosten.

De rechtbank oordeelde dat op grond van artikel 8:75a Awb bij intrekking van het beroep vanwege tegemoetkoming door het bestuursorgaan, proceskosten kunnen worden toegewezen. De rechtbank stelde vast dat de staatssecretaris inderdaad aan verzoeker was tegemoetgekomen door de aanvraag in te willigen.

De proceskosten werden vastgesteld op €418,50, gebaseerd op het Besluit proceskosten bestuursrecht en een lichte wegingsfactor vanwege het beperkte onderwerp van het beroep. De rechtbank veroordeelde de staatssecretaris tot betaling van dit bedrag.

De uitspraak werd gedaan door rechter W. Anker en griffier S.S. van der Velde op 23 maart 2023 en is openbaar gemaakt via rechtspraak.nl. Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken verzet worden ingesteld.

Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de staatssecretaris tot betaling van €418,50 aan proceskosten na intrekking van het beroep wegens tegemoetkoming.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: AWB 22/7861

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam], verzoeker

V-nummer: [v-nummer]
(gemachtigde: mr. W. Rohlof),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: D. Vos).

Procesverloop

Verzoeker heeft op 19 december 2022 beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis asiel ten behoeve van zijn echtgenote en twee kinderen van 7 april 2022.
Verweerder heeft op 28 februari 2023 de aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf voor de genoemde gezinsleden ingewilligd.
Op 10 maart 2023 heeft verzoeker het beroep ingetrokken en de rechtbank verzocht om een veroordeling in de proceskosten.
De rechtbank doet op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.

Overwegingen

1. Op grond van artikel 8:75a, eerste lid, van de Awb kan de rechtbank in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van Pro de Awb in de proceskosten veroordelen. De rechtbank stelt vast dat nu verweerder de aanvraag van verzoeker als referent heeft ingewilligd, van deze situatie sprake is.
2. De rechtbank ziet daarom aanleiding om verweerder te veroordelen in de proceskosten. Deze kosten worden op grond van het bepaalde in het Besluit proceskosten bestuursrecht voor een door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vastgesteld op € 418,50, bestaande uit een punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 837 en vermenigvuldigd met een wegingsfactor 0,5 (licht). De rechtbank is van oordeel dat de wegingsfactor ‘licht’ van toepassing is aangezien het beroep alleen ziet op het niet tijdig nemen van een besluit.

Beslissing

De rechtbank veroordeelt verweerder in de door verzoeker gemaakte proceskosten tot een bedrag van € 418,50 (vierhonderdachttien euro en vijftig cent).
Deze uitspraak is gedaan door mr. W. Anker, rechter, in aanwezigheid van mr. S.S. van der Velde, griffier, op 23 maart 2023 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan verzet worden gedaan bij deze rechtbank. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord.