ECLI:NL:RBDHA:2023:4802
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek ontheffing inburgeringsvereiste bij gezinshereniging
Eiseres, een Marokkaanse vrouw, verzocht om een machtiging tot voorlopig verblijf met het verblijfsdoel 'familie en gezin' en vroeg daarbij ontheffing van het inburgeringsvereiste. Verweerder wees dit af omdat eiseres niet voldeed aan het inburgeringsexamen en geen bijzondere individuele omstandigheden aannemelijk had gemaakt die ontheffing rechtvaardigen.
Eiseres voerde aan dat haar leeftijd, faalangst, analfabetisme en medische beperkingen haar belemmeren het examen te halen, en dat zij zorg draagt voor haar arbeidsongeschikte partner. Zij stelde dat het inburgeringsvereiste haar gezinsleven onevenredig zou belemmeren en verwees naar relevante jurisprudentie en het EVRM.
De rechtbank oordeelde dat eiseres onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat haar persoonlijke omstandigheden een ontheffing rechtvaardigen. De medische verklaringen waren onvoldoende onderbouwd, en de inspanningen van eiseres om het examen te halen werden als ontoereikend beoordeeld. Ook de zorg voor de partner was onvoldoende bewezen. De belangenafweging onder artikel 8 EVRM Pro was niet onredelijk.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en bevestigde zij het besluit van verweerder om de aanvraag af te wijzen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar verzoek om ontheffing van het inburgeringsvereiste is ongegrond verklaard.