ECLI:NL:RBDHA:2023:4821
Rechtbank Den Haag
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening in zaak verblijfsvergunning asiel wegens Dublinverantwoordelijkheid Oostenrijk
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet in behandeling is genomen. De reden hiervoor is dat Oostenrijk verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvraag, conform het Dublinverdrag.
Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld en tevens een voorlopige voorziening gevraagd. De voorzieningenrechter heeft het verzoek om een voorlopige voorziening gelijktijdig met een soortgelijke zaak behandeld op 31 maart 2023.
Na de uitspraak in de hoofdzaak (zaaknummer NL23.6963) achtte de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk en wees het verzoek af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat Oostenrijk verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvraag.