Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
9 mei 2023een besluit op de aanvraag te nemen;
Rechtbank Den Haag
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv). Verweerder, de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, heeft een verweerschrift ingediend waarin hij om een beslistermijn van zestien weken verzoekt vanwege een herstelverzuim en mogelijk nader DNA-onderzoek.
De rechtbank stelt vast dat verweerder niet binnen de wettelijke termijn heeft beslist en dat daardoor een dwangsom is verbeurd. Omdat verweerder de dwangsom niet zelf heeft vastgesteld, doet de rechtbank dit met toepassing van artikel 8:55c van de Awb en bepaalt het maximale bedrag van €1.442,-.
De rechtbank acht de gevraagde termijn van zestien weken redelijk vanwege de bijzondere omstandigheden, waaronder het mogelijke DNA-onderzoek, en stelt deze termijn vast als uiterste beslisdatum. Tevens legt de rechtbank een dwangsom op van €250,- per dag bij overschrijding van deze termijn, met een maximum van €37.500,-.
Daarnaast veroordeelt de rechtbank verweerder tot vergoeding van het betaalde griffierecht en de proceskosten van eiser. De zaak wordt als licht van gewicht beschouwd omdat het enkel gaat om de overschrijding van de beslistermijn en de verbeurde dwangsom.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en verweerder krijgt een nieuwe beslistermijn van zestien weken met een dwangsom bij overschrijding.