ECLI:NL:RBDHA:2023:4848
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen plaatsing in handhavings- en toezichtlocatie wegens ontbreken procesbelang
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het COa tot plaatsing in de handhavings- en toezichtlocatie (htl) in Hoogeveen vanwege agressief gedrag in een opvanglocatie. De rechtbank heeft het beroep behandeld, waarbij eiser en zijn gemachtigde niet zijn verschenen.
De rechtbank constateert dat eiser zich op 23 december 2022 verbaal en fysiek agressief heeft gedragen, wat leidde tot plaatsing in de htl per 28 december 2022 met een vrijheidsbeperkende maatregel. Eiser heeft de htl op 29 december 2022 vrijwillig verlaten, waarna de vrijheidsbeperkende maatregel is opgeheven.
De rechtbank beoordeelt dat het beroep zich richt tegen de plaatsing in de htl en niet tegen de vrijheidsbeperkende maatregel. Vervolgens stelt de rechtbank ambtshalve vast dat eiser geen belang meer heeft bij een inhoudelijke beoordeling van het beroep, omdat hij vrijwillig vertrokken is en de consequenties daarvan heeft aanvaard door een verklaring te ondertekenen.
Daarom verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van procesbelang en ziet af van inhoudelijke behandeling van de beroepsgronden. Eiser krijgt geen vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het beroep tegen de plaatsing in de handhavings- en toezichtlocatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang.