ECLI:NL:RBDHA:2023:487
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing visumaanvraag kort verblijf wegens onvoldoende aantonen doel en vestigingsgevaar
Eisers, van Syrische nationaliteit, vroegen op 27 september 2021 visa voor kort verblijf aan om familie in Nederland te bezoeken. Verweerder wees deze aanvragen af wegens onvoldoende aantonen van het doel en de omstandigheden van het verblijf en vanwege vestigingsgevaar, gebaseerd op artikel 32 van Pro de Visumcode.
De rechtbank oordeelt dat verweerder zich terecht op deze gronden heeft gebaseerd. Eisers konden onvoldoende aantonen dat zij het Schengengebied tijdig zouden verlaten en dat zij over voldoende economische binding met Syrië beschikken. De asielstatus van familieleden en de omstandigheden in Syrië gaven aanleiding tot redelijke twijfel over het vertrek.
Het beroep op artikel 8 EVRM Pro faalt omdat een visum voor kort verblijf niet is bedoeld voor langdurig verblijf en het bestreden besluit de hoorplicht niet heeft geschonden. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst proceskosten toe.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de visumaanvraag kort verblijf wordt ongegrond verklaard.