ECLI:NL:RBDHA:2023:4884
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen ophouding vreemdeling op grond van artikel 50 lid 2 Vreemdelingenwet 2000
Eiser, een Oezbeekse vreemdeling, werd op 24 januari 2023 opgehouden op grond van artikel 50, tweede lid, van de Vreemdelingenwet 2000. Hij stelde dat de ophouding onrechtmatig was omdat zijn identiteit, nationaliteit en verblijfsstatus reeds tijdens het strafrechtelijke traject waren vastgesteld, en dat het proces-verbaal van ophouding pas later werd ondertekend, wat volgens hem een gebrek opleverde.
De rechtbank oordeelde dat op het moment van ophouding deze gegevens nog niet definitief waren vastgesteld en dat de ophouding daarom rechtmatig was. De latere ondertekening van het proces-verbaal leidde niet tot een gebrek dat in het voordeel van eiser moest worden meegewogen. De rechtbank beperkte zich tot de toetsing van de rechtmatigheid van de ophouding en liet de beroepsgronden tegen het terugkeerbesluit en het inreisverbod buiten beschouwing.
Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door rechter R.J.A. Schaaf en griffier E. Mulder op 22 februari 2023.
Uitkomst: Het beroep tegen de ophouding wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.