Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser] , eiser V-nummer: [V-nummer]
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Guinese nationaliteit dragende vreemdeling, werd op 6 februari 2023 in bewaring gesteld op grond van artikel 59, tweede lid, van de Vreemdelingenwet 2000 vanwege een redelijk vermoeden van illegaal verblijf in Nederland. De maatregel werd genomen omdat eiser niet tijdig aan de aanzegging om Nederland te verlaten had voldaan en meerdere controles en waarnemingen wezen op een zwervend bestaan zonder geldige verblijfsstatus.
Eiser voerde aan dat ten tijde van zijn staandehouding geen redelijk vermoeden van illegaal verblijf bestond en dat de vreemdelingenpolitie onvoldoende voortvarend was in de uitzettingsprocedure, aangezien er nog geen vlucht naar Italië was geboekt. De rechtbank oordeelde echter dat het redelijk vermoeden van illegaal verblijf wel bestond, gelet op de eerdere aanzegging, de controles en de waarnemingen van eiser in Nederland.
Daarnaast stelde de rechtbank vast dat verweerder voldoende voortvarend had gehandeld door binnen korte tijd een vertrekgesprek te voeren en een vluchtaanvraag in te dienen bij de Italiaanse autoriteiten. De rechtbank concludeerde dat de maatregel van bewaring niet onrechtmatig was en wees het beroep en het verzoek om schadevergoeding af.
De uitspraak werd gedaan door rechter R.J.A. Schaaf en griffier E. Mulder en is openbaar bekendgemaakt op 14 februari 2023. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.