ECLI:NL:RBDHA:2023:4908
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen ophouding vreemdeling op grond van artikel 50 lid 2 Vreemdelingenwet 2000
Eiser, een Oezbeekse vreemdeling, werd op 24 januari 2023 opgehouden op grond van artikel 50, tweede lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000). Hij stelde dat deze ophouding onrechtmatig was omdat zijn identiteit, nationaliteit en verblijfsstatus reeds tijdens het strafrechtelijke traject waren vastgesteld. Hierdoor zou ook de daaropvolgende doorzoeking van zijn bagage onrechtmatig zijn geweest.
De rechtbank oordeelde dat op het moment van ophouding deze gegevens nog niet definitief waren vastgesteld en dat dit pas kon gebeuren na onderzoek door de vreemdelingenpolitie. Daarom was de ophouding op grond van artikel 50, tweede lid, van de Vw 2000 rechtmatig. Tevens was de doorzoeking van de bagage op grond van artikel 50, vijfde lid, van de Vw 2000 toegestaan.
De rechtbank beperkte zich tot de beoordeling van de rechtmatigheid van de ophouding en liet de beroepsgronden tegen het terugkeerbesluit en het inreisverbod buiten beschouwing. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de ophouding is ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding is afgewezen.