ECLI:NL:RBDHA:2023:4913
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening en interstatelijk vertrouwensbeginsel Polen
De rechtbank Den Haag behandelde het beroep van eiser tegen het besluit van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen. Verweerder beriep zich op de Dublinverordening, waarbij Polen verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag en een terugnameverzoek door Polen is geaccepteerd.
Eiser stelde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel jegens Polen niet langer kan worden aangenomen vanwege signalen over pushbacks en de positie van de rechterlijke macht. De rechtbank oordeelde dat er onvoldoende bewijs is dat Polen het EU-asielrecht niet naleeft, ook niet op het gebied van toegang tot de rechter en onafhankelijkheid van de rechterlijke macht.
Daarnaast voerde eiser aan dat de positie van LHBTI in Polen zorgelijk is, maar de rechtbank vond onvoldoende aanwijzingen dat dit een individuele risicofactor vormt die het vertrouwen in Polen zou schaden. Er is geen reëel risico dat eiser in Polen onmenselijk of vernederend behandeld zal worden.
De rechtbank besloot het beroep ongegrond te verklaren en zag geen reden om de zaak aan te houden in afwachting van prejudiciële vragen bij het Hof van Justitie van de EU. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.