Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[verzoeker] , verzoeker V-nummer: [V-nummer]
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- wijst het verzoek om voorlopige voorziening af;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van € 837,00.
Rechtbank Den Haag
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris niet in behandeling is genomen omdat Italië verantwoordelijk is voor de behandeling volgens de Dublinverordening.
Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld en tevens een voorlopige voorziening gevraagd. De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening behandeld op 21 februari 2023, waarbij verzoeker niet persoonlijk aanwezig was maar werd vertegenwoordigd.
Gezien de uitspraak in de bodemzaak (zaaknummer NL23.2469) is een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk. Daarom is het verzoek afgewezen. Wel is de staatssecretaris veroordeeld tot betaling van de door verzoeker gemaakte proceskosten ter hoogte van € 837,00, conform het Besluit proceskosten bestuursrecht.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot betaling van € 837,00 aan proceskosten.