ECLI:NL:RBDHA:2023:4923
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep verblijfsvergunning wegens vertrek vreemdeling
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling te nemen, omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling volgens het Dublin-verdrag.
Tijdens de zitting op 21 februari 2023, waarbij eiser en zijn gemachtigde afwezig waren, stelde de verweerder dat eiser op 7 februari 2023 met onbekende bestemming was vertrokken. De gemachtigde van eiser verklaarde vervolgens geen contact meer met hem te hebben.
De rechtbank volgt de vaste rechtspraak dat als een vreemdeling met onbekende bestemming vertrekt en geen contact onderhoudt met zijn gemachtigde, hij kennelijk geen prijs meer stelt op de bescherming in Nederland. Hierdoor ontbreekt het aan een rechtens te beschermen belang bij de beoordeling van het beroep.
De rechtbank verklaart het beroep daarom niet-ontvankelijk en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen een week na bekendmaking.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang na vertrek van eiser met onbekende bestemming.