Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], eiser
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Procesverloop
.Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Iraakse nationaliteit houdende persoon die in Duitsland woont, had een zwaar inreisverbod van tien jaar opgelegd gekregen in 2012. Hij verzocht in 2022 om opheffing van dit inreisverbod om bij zijn Nederlandse echtgenote te kunnen verblijven. Verweerder wijzigde het zware inreisverbod ambtshalve naar een licht inreisverbod van twee jaar, gebaseerd op een terugkeerbesluit uit 2003 dat eiser verplichtte Nederland te verlaten.
De rechtbank oordeelt dat het terugkeerbesluit uit 2003 alleen ziet op vertrek uit Nederland en niet uit de gehele Europese Unie. Omdat eiser in januari 2020 Nederland heeft verlaten, is aan de vertrekplicht voldaan en is het inreisverbod van twee jaar niet langer gerechtvaardigd. De rechtbank vernietigt daarom het bestreden besluit voor zover het het lichte inreisverbod oplegt.
Verder wordt het zware inreisverbod van tien jaar opgeheven, omdat partijen niet meer in geschil zijn dat dit niet langer van toepassing is. De rechtbank veroordeelt verweerder tot vergoeding van proceskosten en vrijstelling van griffierecht. Hiermee bestaan er geen inreisverboden meer voor eiser.
Uitkomst: Het lichte inreisverbod wordt vernietigd en het zware inreisverbod opgeheven, waardoor geen inreisverbod meer geldt voor eiser.