De rechtbank Den Haag behandelde op 14 maart 2023 een verzoek tot voorlopige ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van twee minderjarige kinderen, geboren in 2018 en 2022, afkomstig uit Oekraïne. De moeder, belast met het ouderlijk gezag, kampt met ernstige psychische problemen en een beperkt sociaal netwerk, wat heeft geleid tot een acuut onveilige situatie voor de kinderen. De kinderen verbleven aanvankelijk in een noodopvang, maar vanwege de problematiek is plaatsing in een gezinshuis noodzakelijk geacht.
De Raad voor de Kinderbescherming en de gecertificeerde instelling onderschreven het verzoek. De moeder heeft verklaard zich hopeloos te voelen en wenst hereniging met haar kinderen. De kinderrechter oordeelde dat de ontwikkeling en veiligheid van de kinderen ernstig worden bedreigd door de situatie thuis en dat meer hulp en toezicht nodig zijn dan de noodopvang kan bieden.
Daarom is besloten de kinderen voorlopig onder toezicht te stellen van 16 maart 2023 tot 3 juni 2023 en hen uit huis te plaatsen in een gezinsgerichte voorziening. Gedurende deze periode zal nader onderzoek plaatsvinden naar de benodigde hulp en de mogelijkheden voor veilige samenwoning van moeder en kinderen. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en er is een mogelijkheid tot hoger beroep binnen drie maanden.