ECLI:NL:RBDHA:2023:4974
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond op buiten behandeling stellen verblijfsvergunning bij familie
Eiseres, een Marokkaanse vrouw geboren in 1934, verzocht om een verblijfsvergunning voor verblijf bij haar dochter met de Nederlandse nationaliteit. Verweerder nam de aanvraag niet in behandeling omdat eiseres ondanks een herstelmogelijkheid niet de benodigde bewijsstukken aanleverde. Het bezwaar tegen dit besluit werd ongegrond verklaard.
In beroep stelde eiseres dat zij wel voldoende informatie had verstrekt en dat het buiten behandeling stellen in strijd was met het EVRM en het zorgvuldigheids- en evenredigheidsbeginsel. Tevens voerde zij aan dat het terugkeerbesluit onrechtmatig was opgelegd.
De rechtbank stelde vast dat verweerder duidelijk had aangegeven welke stukken nodig waren en dat eiseres deze niet had aangeleverd, ook niet tijdens bezwaar. De brief van haar gemachtigde en verklaringen van haar dochter boden geen voldoende onderbouwing. Het terugkeerbesluit was volgens de rechtbank conform regelgeving genomen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om voorlopige voorziening af wegens gebrek aan connexiteit. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het buiten behandeling stellen van de verblijfsaanvraag wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.