Uitspraak
1.ECLI:EU:C:2014:1320.
2.ECLI:EU:C:2022:858.
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Verweerder heeft op 8 september 2022 een maatregel van bewaring opgelegd aan eiser op grond van de Vreemdelingenwet 2000. Deze maatregel is bij besluit van 6 maart 2023 verlengd met maximaal twaalf maanden. Eiser stelde beroep in tegen dit verlengingsbesluit en verzocht tevens om schadevergoeding.
De rechtbank heeft vastgesteld dat verweerder de voorwaarden voor verlenging, zoals opgenomen in de Vreemdelingencirculaire 2000 en de Vreemdelingenwet, voldoende heeft gemotiveerd. Hoewel eiser bezwaar maakte tegen de wijze van kennisgeving van het voornemen tot verlenging, oordeelde de rechtbank dat dit geen onrechtmatigheid opleverde omdat de gemachtigde alsnog tijdig is geïnformeerd en geen zienswijze heeft ingediend.
Verder is vastgesteld dat eiser niet meewerkt aan zijn uitzetting, wat een grond is voor verlenging van de bewaring. De rechtbank verwierp het betoog dat het zicht op uitzetting is komen te vervallen, omdat de belemmering door eiser zelf wordt veroorzaakt. Ook het argument dat een lichter middel had moeten worden toegepast, werd afgewezen vanwege het ontbreken van garanties dat eiser Nederland zal verlaten.
De rechtbank concludeert dat de maatregel van bewaring niet onrechtmatig is en verklaart het beroep ongegrond. Het verzoek om schadevergoeding wordt eveneens afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de verlenging van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.