ECLI:NL:RBDHA:2023:502
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering en terugvordering WW-uitkering wegens te hoge inkomsten uit pensioen
Eiseres vroeg op 28 juli 2021 een WW-uitkering aan, die aanvankelijk werd toegekend met ingang van 1 augustus 2021. Verweerder stelde later vast dat eiseres in augustus 2021 inkomsten had die hoger waren dan eerder opgegeven, namelijk een flex-pensioen van bruto €1.622,31, wat het maandloon van €1.063,14 oversteeg. Hierdoor was er volgens verweerder geen recht op WW-uitkering en werd de uitkering ingetrokken en teruggevorderd.
Eiseres betwistte dit en stelde dat haar pensioeninkomsten buiten beschouwing hadden moeten blijven, en dat zij onterecht de uitkering moest terugbetalen. De rechtbank constateerde dat eiseres de feiten niet betwistte en dat verweerder de ontslagvergoeding buiten beschouwing had gelaten. De rechtbank oordeelde dat verweerder bevoegd was de uitkering in te trekken en terug te vorderen.
Eiseres voerde aan dat er dringende medische en financiële redenen waren om af te zien van intrekking en terugvordering, maar de rechtbank vond deze omstandigheden onvoldoende voor een geslaagd beroep op de relevante wetsartikelen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de WW-uitkering en terugvordering is ongegrond verklaard.