ECLI:NL:RBDHA:2023:5028
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaard beroep tegen plaatsing in Handhaving- en Toezichtlocatie en vrijheidsbeperkende maatregel
Eiser, een Iraanse asielzoeker met PTSS, werd op 31 januari 2023 geplaatst in een Handhaving- en Toezichtlocatie (HTL) te Hoogeveen en kreeg een vrijheidsbeperkende maatregel opgelegd. Dit volgde op een incident op 1 november 2022 waarbij eiser medebewoners en personeel van het COa bedreigde met een mes en discriminerende uitlatingen deed. Verweerders stelden dat deze gedragingen een (zeer) grote impact hadden en dat de maatregel proportioneel en rechtmatig was.
Eiser voerde aan dat zijn gedragingen voortkwamen uit zijn PTSS en dat hij geen straf, maar hulp nodig had. Tevens stelde hij dat hij ten onrechte geen rechtsbijstand kreeg tijdens de gehoren en dat plaatsing in de HTL onmenselijke behandeling en vrijheidsontneming betekende, in strijd met diverse artikelen van het EVRM en het Vierde Protocol. Ook stelde hij dat de Opvangrichtlijn onvoldoende was toegepast en dat de maatregel niet op hem van toepassing was omdat hij al statushouder was.
De rechtbank oordeelde dat het incident voldoende was onderbouwd en dat de plaatsing in de HTL niet als straf, maar als maatregel ter bescherming van anderen diende. De medische situatie van eiser was zorgvuldig beoordeeld door de GZA, die geen contra-indicaties vond. Adequate medische voorzieningen waren aanwezig en eiser had toegang tot noodzakelijke behandeling. De rechtbank verwierp de stellingen over vrijheidsontneming, het ontbreken van rechtsbijstand en de toepasselijkheid van artikel 56 Vw Pro.
De beroepen werden ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen het besluit tot plaatsing in de HTL staat hoger beroep open, tegen de vrijheidsbeperkende maatregel niet.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de rechtmatigheid van de plaatsing in de HTL en de vrijheidsbeperkende maatregel.