ECLI:NL:RBDHA:2023:5034
Rechtbank Den Haag
- Bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing uitstel van vertrek op grond van artikel 64 Vreemdelingenwet wegens afwezigheid medische noodsituatie
Eiser, van Gambiaanse nationaliteit, verzocht om uitstel van vertrek op grond van artikel 64 Vreemdelingenwet Pro 2000 vanwege psychische klachten en PTSS. De asielaanvraag werd afgewezen en het Bureau Medische Advisering (BMA) bracht een advies uit waarin werd geconcludeerd dat eiser weliswaar PTSS-klachten heeft, maar dat er geen medische noodsituatie op korte termijn is die uitstel van vertrek rechtvaardigt.
Verweerder besloot op basis van het BMA-advies het verzoek om uitstel van vertrek te weigeren en verklaarde het bezwaar ongegrond. Eiser voerde aan dat het BMA-advies onvoldoende concludent was en dat er onvoldoende rekening werd gehouden met suïcidale gedachten en mogelijke verergering van klachten bij uitblijven van behandeling.
De rechtbank oordeelde dat het BMA-advies zorgvuldig, inzichtelijk en concludent was opgesteld en dat er geen concrete aanknopingspunten waren om aan de juistheid of volledigheid ervan te twijfelen. Het feit dat dissociaties aanwezig zijn zonder psychotische klachten sluit het advies niet uit. Ook de reactie van de behandelaar van Fier bracht geen wezenlijk ander beeld van de medische situatie van eiser. De rechtbank concludeerde dat verweerder terecht van het BMA-advies mocht uitgaan en dat er geen medische noodsituatie op korte termijn is die uitstel van vertrek rechtvaardigt.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om geen uitstel van vertrek te verlenen werd ongegrond verklaard.