ECLI:NL:RBDHA:2023:5036
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in vreemdelingenzaak over uitstel van vertrek
Verzoeker heeft bij besluit van 17 maart 2022 geen uitstel van vertrek gekregen van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op grond van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Hiertegen is bezwaar gemaakt, dat op 28 december 2022 ongegrond werd verklaard. Verzoeker stelde vervolgens beroep in en verzocht om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening samen met het beroep behandeld op 14 maart 2023. Omdat de rechtbank op die datum uitspraak heeft gedaan in het hoofdberoep (zaaknummer NL23.1784), acht de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening niet langer nodig.
Daarom wijst de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de rechtbank op het hoofdberoep heeft beslist.