ECLI:NL:RBDHA:2023:5059
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtbank bevestigt heffing omzetbelasting over gescheiden inzameling verpakkingsafval door gemeente
Eiseres, een gemeente, verrichtte in de jaren 2015-2019 de gescheiden inzameling en nascheiding van verpakkingsafval en ontving daarvoor vergoedingen zonder omzetbelasting te voldoen. De Belastingdienst legde naheffingsaanslagen en terugvorderingsbeschikkingen op wegens niet-betaalde omzetbelasting. De rechtbank oordeelt dat eiseres een dienst verricht aan het verpakkend bedrijfsleven onder bezwarende titel en in het economische verkeer, waardoor zij ondernemer is voor de btw-heffing.
Het beroep van eiseres op het vertrouwensbeginsel faalt omdat de gebruikte concept-vaststellingsovereenkomst en addendum niet relevant zijn voor de btw-heffing. Ook de stelling dat de verleggingsregeling van toepassing is, wordt verworpen. De rechtbank stelt vast dat de naheffingsaanslagen en terugvorderingsbeschikkingen terecht zijn opgelegd, maar vermindert de naheffingsaanslagen met de omzetbelasting die in 2015 en 2016 is betaald voor de bouw van een school.
De rechtbank veroordeelt verweerder in de proceskosten en draagt op het griffierecht te vergoeden. Het vonnis bevestigt dat gemeenten die dergelijke diensten verrichten, btw-plichtig zijn en dat de vergoedingen uit het BTW-compensatiefonds als belaste prestaties gelden.
Uitkomst: De naheffingsaanslagen omzetbelasting worden verminderd, overige beroepen worden ongegrond verklaard.