ECLI:NL:RBDHA:2023:5080
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen voortduren maatregel bewaring vreemdeling en schadevergoeding
Eiser, een Marokkaanse vreemdeling, werd op 5 oktober 2022 onderworpen aan een maatregel van bewaring op grond van de Vreemdelingenwet 2000. Deze maatregel duurde voort tot 31 maart 2023, waarna zij werd opgeheven na belangenafweging. Eiser stelde beroep in tegen het voortduren van de bewaring en verzocht tevens om schadevergoeding wegens vermeende onrechtmatigheid.
De rechtbank heeft eerder de rechtmatigheid van de bewaring getoetst in uitspraken van november 2022 en januari 2023, waarbij de maatregel tot het sluiten van het onderzoek op 4 januari 2023 rechtmatig werd bevonden. De beoordeling richt zich daarom op de periode daarna. Eiser voerde aan dat de kennisgeving van voortduren van bewaring bevreemdend was en dat ambtshalve toetsing had moeten plaatsvinden, maar deze stellingen werden verworpen.
De rechtbank oordeelt dat de kennisgeving van voortduren van de maatregel gelijkgesteld moet worden met een beroep en dat de bewaring niet onrechtmatig is voortgezet. Er zijn geen gronden voor toekenning van schadevergoeding. Ook het verzoek tot proceskostenveroordeling wordt afgewezen omdat verweerder terecht de kennisgeving indiende.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.