ECLI:NL:RBDHA:2023:5085
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublin-verantwoordelijkheid Oostenrijk
Eiser, met de Turkse nationaliteit, diende op 1 november 2022 een asielaanvraag in Nederland in. Verweerder nam deze aanvraag niet in behandeling omdat uit Eurodac-onderzoek bleek dat eiser op 17 september 2022 al een asielaanvraag in Oostenrijk had ingediend. Op grond van de Dublin-verordening is Oostenrijk verantwoordelijk voor de behandeling van de aanvraag.
Eiser voerde aan dat hij van zijn broer was gescheiden in Oostenrijk en graag bij zijn twee broers in Nederland wilde verblijven, maar deze familieband was onvoldoende onderbouwd. Verweerder zag geen aanleiding om af te wijken van de Dublin-verordening en nam de aanvraag niet in behandeling.
De rechtbank oordeelde dat Oostenrijk terecht als verantwoordelijk werd aangemerkt en dat de door eiser aangevoerde bijzondere omstandigheden onvoldoende waren om toepassing van artikel 16 of Pro 17 van de Dublin-verordening te rechtvaardigen. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.