Eiser, een Pakistaanse asielzoeker, vreesde voor zijn leven vanwege een fatwa en bedreigingen door Lashkar-e-islam na conflicten met een lokale imam. Zijn eerdere asielaanvraag werd afgewezen, maar de rechtbank verklaarde het beroep gegrond wegens motiverings- en zorgvuldigheidsgebreken en beval herbeoordeling.
Bij het bestreden besluit wees de staatssecretaris de aanvraag opnieuw af, maar liet het meest recente algemeen ambtsbericht over Pakistan buiten beschouwing, terwijl dit cruciale informatie bevatte die de geloofwaardigheid van eiser kon ondersteunen. Tevens werden tegenstrijdigheden in verklaringen onvoldoende onderzocht en niet met eiser geconfronteerd, mede doordat geen tolk Pasjtoe in eigen dialect werd ingezet.
De rechtbank oordeelde dat deze tekortkomingen in strijd zijn met de Algemene wet bestuursrecht en dat het beroep gegrond is. De staatssecretaris moet binnen acht weken een nieuw besluit nemen, waarbij ook de aangifte van vermissing van eisers ouders moet worden betrokken. Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiser.