ECLI:NL:RBDHA:2023:5117
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verlenging machtiging tot uithuisplaatsing van minderjarige in pleegzorg
Op 7 maart 2023 heeft de kinderrechter van de Rechtbank Den Haag besloten tot verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige, geboren in 2015, in een pleeggezin. De verlenging geldt van 12 maart 2023 tot 12 augustus 2023, de duur van de ondertoezichtstelling.
De minderjarige was eerder geplaatst bij pleegouders (tante en oom van moederszijde), maar deze plaatsing verliep moeizaam door onrust en spanningen. In januari 2023 is de minderjarige overgeplaatst naar een ander pleeggezin waar meer rust is. Er is begeleide omgang met de moeder en sinds kort ook onbegeleide omgang, met positieve ontwikkelingen. De moeder werkt mee met de hulpverlening en heeft de zorgverlening bij Brijder hervat.
De kinderrechter overweegt dat de gronden voor uithuisplaatsing volgens artikel 1:265b lid 1 BW nog aanwezig zijn. De hulpverlening zal zich richten op hechtings- en loyaliteitsproblematiek en het herstel van contact met de vader. Het is van belang dat de minderjarige in een stabiele omgeving verblijft. De omgang wordt verder uitgebreid en er wordt toegewerkt naar terugplaatsing bij de moeder.
De machtiging wordt daarom verlengd voor de gevraagde periode. De beslissing is mondeling gegeven en schriftelijk vastgesteld op 20 maart 2023. Hoger beroep is mogelijk binnen drie maanden na uitspraak door tussenkomst van een advocaat bij het gerechtshof Den Haag.
Uitkomst: De machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarige wordt verlengd tot 12 augustus 2023.