ECLI:NL:RBDHA:2023:5130
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit beëindiging WIA-uitkering ondanks handhaving rechtsgevolgen
Eiseres, voormalig bouwadministrateur en ondernemer, kreeg vanaf 2014 een WIA-uitkering toegekend. Na een herbeoordeling in 2020 stelde verweerder vast dat haar arbeidsongeschiktheid onder de 35% was, waarna haar uitkering werd beëindigd per 1 februari 2021. Eiseres voerde aan dat haar medische klachten, waaronder het syndroom van Sjögren en ernstige vermoeidheid, onvoldoende waren meegewogen en dat zij niet in staat was de voorgestelde functies te vervullen.
De rechtbank oordeelt dat de verzekeringsartsen hun rapporten zorgvuldig en volledig hebben opgesteld, waarbij zij rekening hielden met medische informatie van diverse specialisten. Er waren geen tegenstrijdigheden of onduidelijkheden in de rapportages. De door eiseres ingebrachte medische gegevens ondersteunden haar stelling niet dat er zwaardere beperkingen moesten worden aangenomen.
Wel constateert de rechtbank dat het bestreden besluit onvoldoende zorgvuldig is voorbereid en gemotiveerd, omdat in de bezwaarfase geen arbeidsdeskundig onderzoek heeft plaatsgevonden en het arbeidsongeschiktheidspercentage in het latere rapport afwijkt van dat in het besluit. Daarom wordt het beroep gegrond verklaard en het besluit vernietigd.
De rechtbank laat echter de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand, omdat het arbeidsongeschiktheidspercentage nog steeds onder de 35% ligt en eiseres geschikt is voor de geselecteerde functies. Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.