ECLI:NL:RBDHA:2023:5148
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging WIA-uitkering na herbeoordeling arbeidsongeschiktheid
Eiseres, voormalig administratief medewerker, ontving sinds 2018 een WIA-uitkering wegens volledige arbeidsongeschiktheid. Na een herbeoordeling in 2020 en 2021 besloot het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) haar uitkering per 18 november 2020 te beëindigen omdat haar arbeidsongeschiktheidspercentage onder de 35% was vastgesteld.
De rechtbank oordeelde dat de verzekeringsartsen de beperkingen van eiseres zorgvuldig en op basis van actuele medische informatie hebben vastgesteld. De klachten, waaronder psychische en fysieke aandoeningen, zijn beoordeeld en gemotiveerd, waarbij geen aanleiding was om meer beperkingen aan te nemen. Ook de arbeidsdeskundige rapporten zijn geactualiseerd en sluiten aan bij de medische beoordeling.
Eiseres stelde dat haar beperkingen ernstiger waren en dat de functies die haar werden toegerekend haar belastbaarheid overschreden, maar de rechtbank vond de gemotiveerde rapporten overtuigend en zag geen reden om hiervan af te wijken. Daarnaast kende de rechtbank een schadevergoeding toe wegens een overschrijding van de redelijke termijn in de bezwaar- en beroepsprocedure.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, bevestigde de beëindiging van de WIA-uitkering, en veroordeelde zowel het UWV als de Staat tot betaling van een schadevergoeding en proceskosten aan eiseres.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot stopzetting van de WIA-uitkering is ongegrond verklaard en de uitkering per 18 november 2020 beëindigd.