ECLI:NL:RBDHA:2023:5180

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
5 april 2023
Publicatiedatum
13 april 2023
Zaaknummer
NL23.3969
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 59 Vreemdelingenwet 2000
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing beroep tegen voortduren maatregel van vreemdelingenbewaring en schadeverzoek

Eiser was onderworpen aan een maatregel van vreemdelingenbewaring opgelegd door verweerder op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Eiser stelde beroep in tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht om schadevergoeding.

De rechtbank heeft eerder geoordeeld dat de maatregel tot het sluiten van het onderzoek rechtmatig was. Nu de maatregel is opgeheven, richt de beoordeling zich op de vraag of de maatregel onrechtmatig was in de periode daarna. Eiser betwistte de juistheid van de door Marokkaanse autoriteiten verstrekte laissez-passer gegevens, maar heeft dit niet overtuigend aangetoond.

De rechtbank oordeelt dat verweerder mag uitgaan van de gegevens van de Marokkaanse autoriteiten tenzij onjuistheid is bewezen, wat niet het geval is. Eiser heeft zich van meerdere aliassen bediend en heeft geen actie ondernomen om zijn identiteit te onderbouwen. De vlucht naar Marokko werd geannuleerd vanwege een nieuwe asielaanvraag van eiser.

Daarom verklaart de rechtbank het beroep ongegrond en wijst het verzoek om schadevergoeding af. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling en tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van vreemdelingenbewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Haarlem
Bestuursrecht
zaaknummer: NL23.3969

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , eiser

V-nummer: [nummer]
(gemachtigde: mr. S. Wortel),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Procesverloop

Verweerder heeft op 9 november 2022 aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) opgelegd.
Eiser heeft tegen het voortduren van de maatregel van bewaring beroep ingesteld. Daarbij heeft hij verzocht om schadevergoeding.
Verweerder heeft een voortgangsrapportage overgelegd.
Eiser heeft hierop gereageerd.
Verweerder heeft op 14 februari 2023 de maatregel van bewaring opgeheven in verband met een herhaalde asielaanvraag van eiser.
Partijen hebben de rechtbank toestemming gegeven om uitspraak te doen zonder het houden van een zitting. De rechtbank heeft het onderzoek op 2 maart 2023 gesloten.

Overwegingen

1. Eiser stelt in deze procedure dat hij de Marokkaanse nationaliteit heeft en is geboren op [datum 3] 1995. Uit de door verweerder overgelegde voortgangsgegevens van 9 februari 2023 blijkt dat eiser in Nederland bekend is onder meerdere aliassen:
[naam 1] , geboren op [datum 4] 1988;
[naam 2] , geboren op [datum 4] 1988;
[naam 5] , geboren op [datum 5] 1988;
[naam 5] , geboren op [datum 6] 1992.
2. Omdat de bewaring is opgeheven, beperkt de beoordeling zich in deze zaak tot de vraag of aan eiser schadevergoeding moet worden toegekend. In dit verband moet de vraag worden beantwoord of de tenuitvoerlegging van de maatregel van bewaring op enig moment voorafgaande aan de opheffing daarvan onrechtmatig is geweest. De rechtbank stelt voorop dat zij deze maatregel van bewaring al eerder heeft getoetst. Uit de uitspraak van 5 januari 2023 (in de zaak NL22.26337) volgt dat de maatregel van bewaring tot het moment van het sluiten van het onderzoek op 29 december 2022 rechtmatig was. Daarom staat nu alleen ter beoordeling of sinds het moment van het sluiten van dat onderzoek de maatregel van bewaring rechtmatig is.
3. Eiser voert aan dat zicht op uitzetting ontbreekt omdat hij in het verleden veelvuldig in vreemdelingenbewaring is gesteld en dat die maatregelen van bewaring allemaal zijn opgeheven na een belangenafweging. Uit de voortgangsrapportage blijkt dat er door de Marokkaanse autoriteiten een laissez-passer (lp) zou zijn afgegeven en dat
er een vlucht zou zijn geboekt. De lp is echter afgegeven op naam van [naam 2] met geboortedatum [datum 7] 1988. Niet is gebleken dat dit zijn juiste naam en geboortedatum is en waarop de Marokkaanse autoriteiten dit baseren. Het betreft volgens eiser een ander persoon.
4. De beroepsgrond slaagt niet. Dat oordeel motiveert de rechtbank als volgt. Uit de voortgangsgegevens van 9 februari 2023 blijkt dat eiser op 23 december 2022 in het kader van de lp-aanvraag is gepresenteerd bij de vertegenwoordiging van Marokko en de nationaliteit van eiser is bevestigd. Op 2 februari 2023 is door verweerder een lp ontvangen met de volgende gegevens:
“Achternaam [achternaam] , Voornaam [voornaam] Geb.datum [datum 8] 1988. (alias [naam 4] ; [datum 9] 1995)”.
De rechtbank ziet geen aanleiding om deze gegevens, die afkomstig zijn van de Marokkaanse autoriteiten, onjuist te achten. Verweerder mag ook uitgaan van de gegevens die de Marokkaanse autoriteiten over hun onderdanen verstrekken, tenzij wordt aangetoond dat de gegevens onjuist zijn. Dit heeft eiser niet gedaan. Daarbij benadrukt de rechtbank dat eiser zich van meerdere aliassen heeft bediend en zelf geen actie heeft ondernomen om zijn identiteit en nationaliteit in het kader van de op hem rustende vertrekplicht te onderbouwen. Dat de gegevens op de afgegeven lp zien op een ander persoon, zoals eiser stelt, vindt de rechtbank ook gezien het feit dat de naam [naam 2] al een keer eerder door eiser is gebruikt, volstrekt ongeloofwaardig en bovendien niet onderbouwd. Na afgifte van de lp is voor eiser een vlucht naar Marokko geboekt op 15 februari 2023, maar deze vlucht is geannuleerd omdat eiser op 14 februari 2023 een nieuwe asielaanvraag heeft ingediend. De rechtbank volgt eiser daarom niet in zijn stelling dat zicht op uitzetting ontbreekt.
5. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. L.M. Kos, rechter, in aanwezigheid van mr. R. Pronk, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.