ECLI:NL:RBDHA:2023:5196
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielprocedure Dublin-verwijzing
Verzoeker, een Algerijnse nationaliteit hebbende asielzoeker, diende een verzoek in tot het treffen van een voorlopige voorziening tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen wegens de verantwoordelijkheid van Spanje volgens de Dublin-verordening.
De voorzieningenrechter stelt vast dat de hoofdzaak, waarin het beroep tegen het bestreden besluit wordt behandeld, reeds is beslist bij uitspraak van dezelfde dag onder zaaknummer NL23.8231. Hierdoor is het verzoek om voorlopige voorziening overbodig geworden.
Op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht wordt de uitspraak zonder zitting gedaan. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Het verzoek wordt afgewezen en tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is beslist.