Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[verzoeker] , verzoeker V-nummer: [v-nummer]
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- wijst het verzoek om voorlopige voorziening af;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van € 837,-.
Rechtbank Den Haag
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet in behandeling is genomen omdat Italië verantwoordelijk wordt geacht voor de behandeling op grond van het Dublin-verdrag.
Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld en tevens een voorlopige voorziening gevraagd. De voorzieningenrechter heeft het verzoek samen met een gerelateerde zaak op 7 maart 2023 behandeld.
Naar aanleiding van de uitspraak in de bodemzaak (zaaknummer NL23.3743) is een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk, waardoor het verzoek wordt afgewezen.
Wel veroordeelt de voorzieningenrechter de verweerder in de proceskosten van verzoeker, vastgesteld op € 837,- conform het Besluit proceskosten bestuursrecht.
De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter mr. P.J.M. Mol en griffier mr. M.A.W.M. Engels op 14 maart 2023 en is niet vatbaar voor hoger beroep of verzet.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en de Staat wordt veroordeeld in de proceskosten van verzoeker.