ECLI:NL:RBDHA:2023:5207
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening in asielprocedure op grond van Dublin-verordening
Verzoekers hebben een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet in behandeling is genomen omdat Polen volgens de Dublin-verordening verantwoordelijk is voor de behandeling van hun asielaanvragen.
Verzoekers hebben beroep ingesteld tegen deze besluiten en tevens een voorlopige voorziening gevraagd. De voorzieningenrechter heeft het verzoek samen met gerelateerde zaken op 7 maart 2023 behandeld.
Gezien de uitspraak op de beroepen in de gerelateerde zaken is een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk. Daarom wijst de voorzieningenrechter het verzoek af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter P.J.M. Mol en griffier M.A.W.M. Engels op 14 maart 2023 in het openbaar. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat Polen verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvragen.