ECLI:NL:RBDHA:2023:5243
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen afwijzing verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd
Verzoekers hebben een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd op grond van familieleven en artikel 8 EVRM Pro. De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft deze aanvragen op 17 november 2020 afgewezen en het bezwaar op 25 november 2022 ongegrond verklaard.
Tegen deze besluiten hebben verzoekers beroep ingesteld en verzochten zij de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter behandelde het verzoek op 28 maart 2023 samen met andere zaken.
Bij uitspraak op de hoofdzaak op dezelfde dag werd het beroep reeds inhoudelijk behandeld, waardoor de voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk was. Daarom wees de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd en tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning wordt afgewezen.