ECLI:NL:RBDHA:2023:5248
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in vreemdelingenzaak over verblijfsvergunning
Verzoekster heeft een aanvraag gedaan voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd op grond van artikel 8 EVRM Pro, welke door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid is afgewezen in een primair besluit van 17 november 2020. Het bezwaar van verzoekster tegen dit besluit is eveneens ongegrond verklaard in een besluit van 25 november 2022. Verzoekster heeft daarop beroep ingesteld en verzocht om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening samen met een gerelateerde zaak op 28 maart 2023 behandeld. Omdat op dezelfde dag uitspraak is gedaan in de hoofdzaak (zaaknummer NL22.26542), achtte de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk.
Daarom is het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Tevens is geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak is beslist.