ECLI:NL:RBDHA:2023:5281

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
6 april 2023
Publicatiedatum
14 april 2023
Zaaknummer
NL23.8895
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6 lid 3 Vreemdelingenwet 2000Art. 5.1a Vreemdelingenbesluit 2000Art. 94 lid 6 Vreemdelingenwet 2000
Verwijzingen
6 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing beroep tegen vrijheidsontnemende maatregel voor Syriër in grensprocedure

Eiseres is een Syriër die een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd kreeg op grond van artikel 6, derde lid, van de Vreemdelingenwet 2000 in het kader van de grensprocedure. Zij stelde dat er een werkafspraak bestaat dat Syriërs na het aanmeldgehoor uit bewaring worden ontslagen, maar kon dit niet aannemelijk maken.

De rechtbank oordeelde dat verweerder niet verplicht is voorafgaand aan het opleggen van de maatregel een pré-toets te verrichten naar de inwilligbaarheid van het asielverzoek. Verweerder heeft een redelijke termijn nodig om onderzoek te doen naar het asielverzoek en of dit in de grensprocedure kan worden afgehandeld.

Omdat eiseres geen bewijs leverde voor de gestelde werkafspraak en de maatregel niet onrechtmatig was, werd het beroep ongegrond verklaard. Ook het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het beroep tegen de vrijheidsontnemende maatregel is ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding is afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Bestuursrecht
zaaknummer: NL23.8895

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiseres], eiseres

V-nummer: [v-nummer]
(gemachtigde: mr. S.J. Koolen),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. X.R. Schuitemaker).

Procesverloop

Bij besluit van 20 maart 2023 (het bestreden besluit) is aan eiseres met toepassing van artikel 6, derde lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.
Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Dit beroep moet tevens worden aangemerkt als een verzoek om toekenning van schadevergoeding.
De rechtbank heeft het beroep op 30 maart 2023 met behulp van een beeldverbinding op zitting behandeld. Eiseres is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. Tevens was een tolk in de Arabische taal aanwezig. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. Indien de rechtbank bij de beoordeling van het beroep van oordeel is dat de toepassing of tenuitvoerlegging van de maatregel in strijd is met de Vw dan wel bij afweging van alle daarbij betrokken belangen niet gerechtvaardigd is, verklaart zij op grond van artikel 94, zesde lid, van de Vw het beroep gegrond.
2. Op grond van artikel 5.1a van het Vreemdelingenbesluit 2000 (Vb) wordt een vrijheidsontnemende maatregel op grond van artikel 6, derde lid, van de Vw opgelegd in het kader van het grensbewakingsbelang. Deze wordt niet opgelegd of voortgezet indien sprake is van bijzondere individuele omstandigheden die vrijheidsontneming onevenredig bezwarend maken.
3. Eiseres voert aan dat er een werkafspraak bestaat dat voor Syriërs de bewaring wordt opgeheven na het aanmeldgehoor. De gemachtigde zou dat in de wandelgangen van het justitieel complex hebben opgevangen.
4. Verweerder stelt zich hierover op het standpunt niet bekend te zijn met een dergelijke werkafspraak. Ook voert verweerder aan dat geen pré-toets hoeft te worden verricht en dat hij na het nader gehoor twee dagen heeft om te beslissen.
5. De rechtbank oordeelt als volgt.
6. Naar het oordeel van de rechtbank heeft eiseres niet aannemelijk gemaakt dat er een werkafspraak bestaat dat een vrijheidsontnemende maatregel ten aanzien van Syrische asielzoekers na het aanmeldgehoor wordt opgeheven. Bovendien wijst verweerder er terecht op dat verweerder, ingevolge de uitspraak van de hoogste bestuursrechter van 3 juni 2016 [1] , bij toepassing van de grensprocedure niet reeds bij het opleggen van de maatregel een pré-toets hoeft te verrichten naar de inwilligbaarheid van het asielverzoek. Verweerder dient een redelijke termijn te worden gegund om onderzoek te verrichten naar het asielverzoek van de vreemdeling en naar de vraag of dit verzoek zich leent voor afdoening in de grensprocedure, waarbij de beslissing hierover in beginsel wordt genomen na het nader gehoor, omdat dan alle relevante feiten bekend zijn. Daarnaast kan verweerder bijvoorbeeld onderzoeken of sprake is van tegenstrijdigheden in het relaas, van een veilig derde land of van een mogelijke Dublinclaim. De enkele omstandigheid dat eiseres Syrisch stelt te zijn en te kennen heeft gegeven asiel te willen aanvragen, betekent niet dat verweerder niet in de gelegenheid mocht worden gesteld om een onderzoek te verrichten.
Conclusie
7. Nu ook anderszins niet is gebleken dat de maatregel van bewaring onrechtmatig moet worden geacht, is het beroep ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.P. Verloop, rechter, in aanwezigheid van mr. J.R. Froma, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.

Voetnoten