ECLI:NL:RBDHA:2023:5282
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toekenning schadevergoeding wegens onrechtmatige bewaring bij Dublinindicatie
Eiser werd op 20 maart 2023 een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd op grond van artikel 6, derde lid, van de Vreemdelingenwet 2000 vanwege een Dublinindicatie. Hoewel de maatregel later op 28 maart 2023 werd opgeheven, stelde eiser dat de tenuitvoerlegging vanaf het begin onrechtmatig was en vorderde schadevergoeding.
De rechtbank oordeelde dat op het moment van oplegging reeds sprake was van een Dublinindicatie, omdat eiser bij controle een Duitse verblijfsvergunning toonde die geldig bleek en daarmee de Dublinsituatie aangaf. Het nader onderzoek naar een vermeende vervalsing van de verlenging van die vergunning deed hieraan niet af.
Daarom was de maatregel vanaf het begin onrechtmatig. De rechtbank kende een schadevergoeding toe van €900,- voor negen dagen onrechtmatige bewaring en veroordeelde de Staat tot betaling van proceskosten van €1.674,-. Het beroep werd gegrond verklaard.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en kent een schadevergoeding van €900,- toe voor onrechtmatige bewaring.