ECLI:NL:RBDHA:2023:5291
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- C.I.H. Kerstens - Fockens
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielprocedure
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid is afgewezen als kennelijk ongegrond bij besluit van 24 februari 2023. Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek om voorlopige voorziening samen met een gerelateerde zaak op 28 maart 2023. Tijdens de zitting was verzoeker aanwezig met zijn gemachtigde en een tolk, terwijl de verweerder zich liet vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
De rechtbank heeft op dezelfde dag uitspraak gedaan in de hoofdzaak (zaaknummer NL23.6259), waardoor de voorlopige voorziening overbodig werd. Om die reden wees de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter C.I.H. Kerstens - Fockens en griffier J.R. Froma, in het openbaar op 11 april 2023. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is beslist.