Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.De bewijsbeslissing
Onderzoek uitgeademde luchtOp zaterdag 10 december 2022 om 03:48 uur heb ik, [verbalisant], de verdachte bevolen zijn medewerking te verlenen aan een onderzoek uitgeademde lucht als bedoeld in artikel 55e lid 1 Sv.
Tevens heb ik de verdachte meegedeeld, dat de verdachte verplicht was tijdens dit onderzoek gevolg te geven aan alle, door de daartoe aangewezen bedienaar van het ademanalyseapparaat, ten behoeve van dit onderzoek gegeven aanwijzingen. Vervolgens is de verdachte meegedeeld, dat een weigering van dit onderzoek strafbaar is gesteld in artikel 184 Sr Pro (niet opvolgen van bevel of vordering).
Resultaat onderzoek uitgeademde luchtAls resultaat van dit onderzoek bleek mij, [verbalisant], dat het onderzoeksresultaat van de ademanalyse van de adem van de verdachte 430 ug/1 (ethanol per liter uitgeademde lucht) bedroeg.
4.De strafbaarheid van het bewezen verklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De strafoplegging
door diverse getuigen werd gezien dat verdachte inreed op haar vriend, [slachtoffer].” De verdachte heeft nadeel ondervonden van deze vormverzuimen, omdat de verdachte ten gevolge van deze foutieve vermeldingen ten onrechte in voorlopige hechtenis heeft moeten verblijven, aldus nog steeds de verdediging. De recidivegrond die ten grondslag lag aan de voorlopige hechtenis was volgens de verdediging namelijk gebaseerd op het eerdere incident dat plaats had gevonden op 24 september 2022 en onjuist is weergegeven in het relaas-proces-verbaal.
Het is dit jaar al een keer eerder gebeurd. Zij had mij toen vastgezet met haar auto, omdat ze niet wilde dat ik wegging. Ik belandde toen bij haar op de motorkap. Die zaak is toen geseponeerd ofzo, ik weet niet precies waarom die zaak is geseponeerd, Maar ze heeft het al een keer eerder gedaan, Ik ben er toen alleen zonder kleerscheuren af gekomen.”De recidivegrond die op basis van het eerdere incident werd aangenomen, kon daarom (ook) op deze verklaring van [slachtoffer] worden gebaseerd.
7.De toepasselijke wetsartikelen
12.De beslissing
18 (achttien) MAANDEN;
10 (tien) MAANDEN,
niet zal worden tenuitvoergelegdonder de algemene voorwaarde dat de veroordeelde zich voor het einde van de hierbij op twee jaren vastgestelde proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;