ECLI:NL:RBDHA:2023:5318
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardige identiteit en onduidelijke gronden voor bescherming
Eiser, van Guinese nationaliteit, verzocht om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Verweerder wees dit verzoek af omdat eiser zijn identiteit niet aannemelijk had gemaakt en zijn verhaal over conflicten met de familie [B] omtrent grondbezit en een steekpartij ongeloofwaardig was.
Eiser voerde aan dat hij in Spanje een andere naam en geboortedatum had opgegeven om zich te beschermen, maar zijn verklaringen hierover waren tegenstrijdig en onvoldoende onderbouwd. Daarnaast kon hij geen documenten overleggen die zijn identiteit bevestigen.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht had vastgesteld dat eiser zijn identiteit niet aannemelijk had gemaakt. Ook was het verhaal over de problemen met de familie [B] en de steekpartij onvoldoende concreet en geloofwaardig onderbouwd. Eiser kon geen details geven over het stuk grond en de procedure die zijn oom had gestart, ondanks zijn afhankelijkheidsrelatie van de oom.
Daarom werd het beroep ongegrond verklaard en de aanvraag afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep op de afwijzing van de verblijfsvergunning asiel is ongegrond verklaard.