ECLI:NL:RBDHA:2023:5410
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen ingangsdatum verblijfsvergunning familie- of gezinslid
Eiseres diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning als familie- of gezinslid bij referent, welke aanvankelijk werd afgewezen wegens onvoldoende bewijs van een duurzame en exclusieve relatie. Na bezwaar werd de aanvraag alsnog ingewilligd met ingang van 19 september 2022.
Eiseres betoogde dat verweerder al eerder op de hoogte was van de relatie en dat de vergunning dus een eerdere ingangsdatum had moeten krijgen. De rechtbank overwoog dat de ingangsdatum wordt bepaald door het moment waarop wordt aangetoond dat aan de voorwaarden is voldaan, niet door het moment van kennisname van verweerder.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht de aanvraag aanvankelijk afwees wegens onvoldoende onderbouwing en niet verplicht was een herstelverzuimperiode te bieden. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door rechter C.H. de Groot en griffier P.C.J. Lindeijer en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de ingangsdatum van haar verblijfsvergunning is ongegrond verklaard.