Eiseres, van Georgische nationaliteit, diende op 25 januari 2023 een asielaanvraag in voor zichzelf en haar minderjarige kinderen. De staatssecretaris wees deze aanvraag op 10 maart 2023 af als kennelijk ongegrond. Eiseres voerde aan dat zij en haar echtgenoot vanwege familiebanden met een gevluchte neef in Georgië werden bedreigd en aangevallen.
De rechtbank beoordeelde het beroep en stelde vast dat de staatssecretaris onvoldoende had gemotiveerd waarom het asielrelaas ongeloofwaardig zou zijn. Hoewel er tegenstrijdigheden waren in verklaringen van de echtgenoot, werden deze deels onderbouwd door een advocaatbrief die niet was meegenomen in het besluit. Ook de medische verklaring over de miskraam van eiseres was onvoldoende reden om het incident ongeloofwaardig te achten.
De rechtbank oordeelde dat de staatssecretaris het asielrelaas niet op goede gronden ongeloofwaardig had geacht en dat het beroep gegrond is. Het bestreden besluit werd vernietigd en de staatssecretaris opgedragen een nieuw besluit te nemen, waarbij ook de advocaatbrief betrokken moet worden. Daarnaast werd de staatssecretaris veroordeeld tot betaling van proceskosten aan eiseres.