ECLI:NL:RBDHA:2023:5429

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
17 april 2023
Publicatiedatum
17 april 2023
Zaaknummer
C/09/645945 / JE RK 23-740
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:257 BWArt. 800 lid 3 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorlopige ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van jonge kinderen wegens ernstige veiligheidszorgen

De rechtbank Den Haag heeft op 17 april 2023 een beschikking gegeven inzake de voorlopige ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van twee minderjarige kinderen, geboren in 2021 en 2022. De kinderen verblijven respectievelijk in een pleeggezin en een ziekenhuis vanwege ernstig hersenletsel van het jongste kind. De ouders zijn gehuwd en gezamenlijk belast met het ouderlijk gezag.

De kinderrechter oordeelt dat het dringend en onverwijld noodzakelijk is de kinderen voorlopig onder toezicht te stellen en uit huis te plaatsen, gelet op ernstige zorgen over hun fysieke veiligheid in de thuissituatie. Het letsel van het jongste kind is onduidelijk ontstaan en hij verkeert in comateuze toestand zonder verbetering. Veiligheidsafspraken met de ouders zijn niet mogelijk, waardoor de veiligheid van het andere kind niet gegarandeerd kan worden.

De beschikking machtigt de gecertificeerde instelling tot uithuisplaatsing van de kinderen in een pleegzorgvoorziening en een ziekenhuis voor de duur van de voorlopige ondertoezichtstelling, die loopt tot 27 april 2023. De behandeling van het verzoek wordt aangehouden tot een zitting op 25 april 2023, waarbij de Raad voor de Kinderbescherming, de ouders en de gecertificeerde instelling worden opgeroepen. Tegen deze beschikking kan binnen drie maanden hoger beroep worden ingesteld.

Uitkomst: De kinderrechter stelt de kinderen voorlopig onder toezicht en machtigt hun uit huis plaatsing wegens ernstige veiligheidszorgen.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Team Jeugd- en Zorgrecht
Zaaksgegevens: C/09/645945 / JE RK 23-740
Datum uitspraak: 17 april 2023

Beschikking van de kinderrechter

Voorlopige ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing; spoedvoorziening

in de zaak naar aanleiding van het op 17 april 2023 ingekomen verzoekschrift van:

de Raad voor de Kinderbescherming, Regio Haaglanden,

hierna te noemen: de Raad,
betreffende:
-
[minderjarige01], geboren op [geboortedatum01] 2021 te [geboorteplaats01] ,
hierna te noemen: [minderjarige01] ;
-
[minderjarige02]geboren op [geboortedatum02] 2022 te [geboorteplaats01] ,
hierna te noemen: [minderjarige02] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[de man01] i,

hierna te noemen: de vader,
wonende te [woonplaats01] ,

[de vrouw01] ,

hierna te noemen: de moeder,
wonende te [woonplaats01] ,

Stichting Jeugdbescherming west Haaglanden,hierna te noemen: de gecertificeerde instelling.

Het procesverloop

Op 15 april 2023 heeft mr. R. van Zeijst-Repelaer van Driel, kinderrechter in deze rechtbank mondeling (buiten kantooruren) beslist dat:
- [minderjarige01] en [minderjarige02] van 15 april 2023 tot 17 april 2023 te 17:00 uur voorlopig onder toezicht zijn gesteld van de gecertificeerde instelling;
- de gecertificeerde instelling is gemachtigd [minderjarige01] en [minderjarige02] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een voorziening voor pleegzorg (voor [minderjarige01] ) en in een ziekenhuis (voor [minderjarige02] ) en aansluitend een voorziening voor pleegzorg van 15 april 2023 tot 17 april 2023 te 17:00 uur;
- deze beslissing tot zover uitvoerbaar bij voorraad is;
- de behandeling van het verzoek voor het overige werd aangehouden tot het verzoek, met nadere onderbouwing, schriftelijk bij de rechtbank was ingediend.
De kinderrechter heeft kennisgenomen van het verzoekschrift met bijlagen.

Feiten

- De vader en de moeder zijn met elkaar gehuwd.
- De vader en de moeder zijn gezamenlijk belast met het ouderlijk gezag.
- [minderjarige01] verblijft feitelijk in een neutraal pleeggezin en [minderjarige02] verblijft feitelijk in het ziekenhuis ( [verblijfplaats01] ).

Verzoek

Het verzoek strekt tot ondertoezichtstelling van [minderjarige01] en [minderjarige02] , met toepassing van artikel 1:257 van Pro het Burgerlijk Wetboek en tot het verlenen van een machtiging om [minderjarige01] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een voorziening voor pleegzorg en [minderjarige02] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een ziekenhuis voor de duur van de voorlopige ondertoezichtstelling.
Het verzoek strekt ook tot toepassing van het bepaalde in artikel 800, derde lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.

Beoordeling

Op grond van de informatie, zoals gebleken uit het verzoekschrift en de daarbij gevoegde bijlagen, komt de kinderrechter tot het oordeel dat het dringend en onverwijld noodzakelijk is [minderjarige01] en [minderjarige02] , hangend een nader in te stellen onderzoek naar de vraag of de ondertoezichtstelling geboden is, voorlopig onder toezicht te stellen. Ook is de kinderrechter van oordeel dat [minderjarige01] en [minderjarige02] in het belang van de verzorging en opvoeding uit huis dienen te worden geplaatst.
Het verhoor van de verzoeker en de overige belanghebbenden kan niet worden afgewacht zonder onmiddellijk en ernstig gevaar voor [minderjarige01] en [minderjarige02] . Daarbij overweegt de kinderrechter dat er ernstige zorgen zijn over de fysieke veiligheid van [minderjarige01] en [minderjarige02] in de thuissituatie. [minderjarige02] is op 14 april 2023 opgenomen in het [verblijfplaats01] met ernstig hersenletsel. Hij is sindsdien in comateuze toestand en er is geen verbetering zichtbaar. Onduidelijk is hoe [minderjarige02] dit letsel heeft opgelopen. De veiligheid van [minderjarige01] kan op dit moment, gelet op de situatie van [minderjarige02] , in de thuissituatie niet worden gegarandeerd. [minderjarige01] is gelet op zijn jonge leeftijd volledig afhankelijk van de zorg van zijn ouders, maar het lukt niet om met de ouders veiligheidsafspraken te maken.
Gelet op het voorgaande acht de kinderrechter een voorlopige ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing noodzakelijk. Het verhoor zal op hierna te melden zitting plaatsvinden.

Beslissing

De kinderrechter:
stelt [minderjarige01] en [minderjarige02] van 17 april 2023 tot 27 april 2023 voorlopig onder toezicht van Stichting Jeugdbescherming west Haaglanden;
machtigt Stichting Jeugdbescherming west Haaglanden [minderjarige01] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een voorziening voor pleegzorg voor de duur van de voorlopige ondertoezichtstelling en verklaart deze beslissing uitvoerbaar bij voorraad;
machtigt Stichting Jeugdbescherming west Haaglanden [minderjarige02] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een ziekenhuis voor de duur van de voorlopige ondertoezichtstelling en verklaart deze beslissing uitvoerbaar bij voorraad;
houdt de behandeling van het verzoek voor het overige aan tot de zitting van:
25 april 2023 te 09:00 uur;
gelast de griffier tegen voormelde zitting op te roepen:
  • de Raad voor de Kinderbescherming;
  • Stichting Jeugdbescherming west Haaglanden;
  • de vader;
  • de moeder.
Deze beschikking is gegeven door mr. E.J. Stalenberg, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. K.D. van den Berg als griffier en in het openbaar uitgesproken op 17 april 2023.
Voor zover deze beschikking betrekking heeft op de machtiging tot uithuisplaatsing, kan hoger beroep worden ingesteld:
- door de verzoeker en de belanghebbende(n) aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,
- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van
het gerechtshof Den Haag.