Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[kind 2] ,[V-nummer 5] ,
[kind 3] ,[V-nummer 6] ,
[kind 4] ,[V-nummer 7] ,
[kind 5] ,[V-nummer 8] ,
[kind 6], [V-nummer 9] , (gemachtigde: mr. A. Khalaf),
Rechtbank Den Haag
Verzoekers hebben een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet in behandeling is genomen wegens de verantwoordelijkheid van Duitsland volgens de Dublin-verordening.
Tegen deze besluiten hebben verzoekers beroep ingesteld en tevens een voorlopige voorziening verzocht. De voorzieningenrechter heeft de verzoeken samen met andere gerelateerde zaken op 21 maart 2023 behandeld, waarbij partijen verschenen en vertegenwoordigd waren.
De rechtbank heeft bij uitspraak op de hoofdberoepen geoordeeld dat een voorlopige voorziening niet meer noodzakelijk is, waardoor de verzoeken om voorlopige voorziening zijn afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter B. Fijnheer en is uitgesproken in het openbaar op 7 april 2023. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: De verzoeken om voorlopige voorziening worden afgewezen omdat de hoofdberoepen reeds zijn behandeld.