ECLI:NL:RBDHA:2023:5448
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak na behandeling beroep
Verzoeker had een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend, welke door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid is afgewezen. Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en vroeg tevens om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek samen met een gerelateerde zaak op 15 maart 2023, maar stelde de behandeling aan omdat verzoeker en zijn gemachtigde niet aanwezig waren. Later meldde verzoeker zich weer bij een asielzoekerscentrum, waarna de zaak op 30 maart 2023 inhoudelijk werd behandeld met aanwezigheid van beide partijen.
Op 13 april 2023 werd uitspraak gedaan waarbij het beroep werd behandeld. Omdat het beroep is behandeld, achtte de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening niet langer nodig en wees het verzoek af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het beroep inhoudelijk is behandeld.