ECLI:NL:RBDHA:2023:5450

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
12 april 2023
Publicatiedatum
18 april 2023
Zaaknummer
NL23.4660
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep tegen afwijzing asielaanvraag wegens vertrek zonder bericht

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid waarin zijn asielaanvraag als kennelijk ongegrond werd afgewezen. De rechtbank behandelde het beroep op 6 april 2023, maar eiser en zijn gemachtigde verschenen niet. De gemachtigde van verweerder was wel aanwezig.

De rechtbank stelde vast dat eiser sinds 21 februari 2023 met onbekende bestemming is vertrokken en geen contact meer heeft opgenomen. De gemachtigde van eiser gaf aan geen opdracht te hebben om het beroep in te trekken, maar ook geen contact meer te hebben gehad sinds 16 februari 2023.

Op grond van vaste jurisprudentie concludeerde de rechtbank dat eiser kennelijk geen prijs meer stelt op de bescherming in Nederland en daarom geen belang meer heeft bij de inhoudelijke beoordeling van zijn beroep. De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk en wees een proceskostenveroordeling af. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van belang door vertrek zonder bericht.

Uitspraak

proces-verbaal uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL23.4660
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[Naam] eiser

v-nummer: [Nummer] (gemachtigde: mr. W.A. Berghuis),
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. E. de Bonth).

Procesverloop

Bij besluit van 14 februari 2023 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiser afgewezen als kennelijk ongegrond.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
De rechtbank heeft het beroep op 6 april 2023 op zitting behandeld. Eiser en zijn gemachtigde zijn niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Overwegingen

1. Bij brief van 16 maart 2023 heeft verweerder aan de rechtbank meegedeeld dat eiser sinds 21 februari 2023 met onbekende bestemming is vertrokken. Eiser heeft nadien geen bericht achtergelaten over zijn feitelijke verblijfplaats.
2. Desgevraagd heeft de gemachtigde van eiser bij bericht van 23 maart 2023 meegedeeld dat hij op 16 februari 2023 voor het laatst contact heeft gehad met eiser. Tevens heeft hij meegedeeld dat hij geen opdracht heeft gekregen van eiser om het beroep in te trekken.
zaaknummer: NL23.8269 2
3. Gelet op vaste jurisprudentie1 zijn deze feiten en omstandigheden voldoende om te concluderen dat eiser kennelijk geen prijs meer stelt op de aanvankelijk door hem gezochte bescherming in Nederland. Hij heeft dan ook geen belang meer bij de inhoudelijke beoordeling van zijn beroep.
4. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk.
5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 6 april 2023 door mr. W. Anker, rechter, in aanwezigheid van mr. S.C. Spruijt, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
1. Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 22 februari 2019, ECLI:NL:RVS:2019:579.
zaaknummer: NL23.8269 3
Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op:

Documentcode: DSR25911701

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.